Onder de naam Jenner van Rens (een compagnonschap) ontwierp en produceerde Ad Jenner van 1983 tot 1987 sieraden en industriële producten. Al deze ontwerpen leunden sterk tegen zijn ontwikkeling als beeldend kunstenaar aan. Vanaf 1987 kwam de nadruk steeds meer te liggen op zijn vrije werk. Er volgde een reeks tentoonstellingen in Duitsland met als hoogtepunt een tweemanstentoonstelling in 1992 te Bielefeld met de beeldhouwer Marino Marini.
Centraal in zijn thematiek staat de mens versus de hem omringende wereld. Zijn werk is niet gericht op dat ene moment maar het resultaat van een proces dat permanent voortduurt. Zijn vrije werk laat van begin tot op heden een organische ontwikkeling zien. Het maken van ieder beeld beschouwt hij als een reis die van begin tot eind beleefd en doorleefd moet worden. Tijdens die ontwikkeling houdt hij de eindbestemming dan ook zo lang mogelijk open in plaats van die van te voren vast te leggen.
Een recensent schreef naar aanleiding van een tentoonstelling dat hij een beeldtaal gebruikt die associaties met oude symbolen en beelden oproept, waardoor het een bijna religieus karakter heeft.
Het zoeken naar balans en evenwicht houdt hem voortdurend bezig; wat kun je weglaten waardoor je overhoudt wat je gaande houdt. Hoe kun je de balans vinden tussen spiritualiteit en waarmee je het in het leven moet doen? Hoe selectief kun je zijn in het weglaten? Wat is franje en wat is wezenlijk? Het gevoel de ratio, de buik en het hoofd probeert hij altijd in zijn werk te verweven.
Zijn zoektocht naar essentie komt tot uiting in de materialen die hij voor zijn vrije werk verkiest: steen en brons. Weerbarstige materialen met beperkte mogelijkheden dwingen hem zich te fixeren tot het onderwerp. Hij zoekt daarmee constant de uitersten van zijn mogelijkheden en beperkt zijn werk tot unica en kleine series.